Feestdag: 2 juni

Een van de veertien noodhelpers, bisschop van Antiochië, overleden in 303 in Formia. Tijdens de vervolgingen van Diocletianus verborg hij zich, leefde als kluizenaar en werd door een raaf van voedsel voorzien. Hij werd gevangen gezet, gemarteld, maar bevrijd door een engel. Over zee trok hij naar Italië en deed een storm bedaren, daarom werd hij schutspatroon van de schippers (het sint-elmusvuur is naar hem genoemd). Hij wordt afgebeeld met een bootje, een windas en een ankertouw. Later werden deze attributen verkeerd begrepen en dacht men dat ze martelwerktuigen waren. Erasmus wordt daarom vaak voorgesteld terwijl hij halfnaakt op een pijnbank ligt en zijn darmen met een windas uit zijn lichaam getrokken worden. Soms houdt hij ter hoogte van zijn buik zijn darmen in zijn handen. Andere attributen zijn een ketel (zijn mareteling), pinnen onder zijn nagels (ook verwijzend naar zijn marteling) of een raaf. Erasmus van Formia werd aangeroepen tegen buikpijn, darmklachten, ingewandsziekten, kolieken en krampen.