Velen van ons zien uit naar morgen, naar toekomst. Het woord dat in ons midden wil wonen, heet in deze dagen hoop. De hoop: zij is zo kostbaar en zo kwetsbaar.
Wat me verwondert, zegt God, dat is de hoop. Mensen zien toch wat er in de wereld allemaal omgaat en ze geloven dat het morgen allemaal omslaat. Wat een wonder is er niet voor nodig dat zij dat kleine hoopje hoop nooit als overbodig ervaren Maar met voorzichtige gebaren in hun hand en in hun hart bewaren, een vlammetje dat keer op keer weer wankelt en dreigt neer te slaan, en nooit wil doven. Soms kan ik mijn ogen niet geloven. (…) Ik zeg: geloof en liefde zijn als vrouwen. Hoop is een heel klein meisje van niks. Zij stapt op tussen die twee vrouwen En iedereen denkt: die vrouwen houden haar bij de hand; die wijzen de weg. Maar daarvan heb ik meer verstand, zegt God. Het is dat kleine meisje hoop dat al wat tussen mensen leeft hun heen en weer geloop licht en richting geeft. Want het is dat kleine meisje hoop je ziet het zwak zijn, bang zijn, beven, je denkt soms dat het zo onooglijk is, Het is dat kleine meisje hoop dat de mensen zien laat, zien soms even, Wat in het leven mogelijk is. (…) Geloof, dat verwondert me niet. Liefde, dat is geen wonder. maar de hoop, dat is haast niet te geloven. Ikzelf, zegt God, ik ben ervan ondersteboven.
(naar Charles Péguy 1873-1914 – vertaling Frans van Bladel)
Hoop krijg je niet cadeau, ook niet met Kerstmis. Haar geheim is groot. En het gaat over vandaag. Er bestaat geen hoop op iets nieuws, waar dat nieuwe niet heel klein, als een pasgeborene, reeds aanwezig is. Hoeveel goede initiatieven, hoeveel vernieuwingsbewegingen zijn niet in het klein begonnen – door mensen met die vlam van de hoop in het hart, Zo was het met die Jezusbewegng en met zoveel andere, zoals vredesbeweging, milieubeweging, inzet voor vluchtelingen enz… ‘Het nieuwe is al begonnen, Zie je het niet?’
Ingezonden door Marie Louise Dieu PE Jacobus Tongeren
