Nooit van gehoord? Dat kan maar hij is er dus. Op 19 april. Deze datum verwijst naar de officiële scheiding van de beide Limburgen … in 1839.
Gesplitst
De onafhankelijkheid van België was niet zo maar een voldongen feit na de septemberrevolutie van 1830. Er zou nog lang onderhandeld worden over onder andere de grenzen. Zeeuws-Vlaanderen met de Scheldemonding was bijvoorbeeld onderwerp van discussie maar ook Noord-Brabant met de gekke situatie van de gemeente Baarle-Hertog, een Belgische enclave van 7,5 vierkante kilometer in Nederland. En zo waren er nog wel wat grensdiscussies onder andere ook de provincie Limburg.
Voor de beide Limburgen was oorspronkelijk één provincie voorzien met als provinciehoofdstad Maastricht. Daar namen de Belgische onderhandelaars geen vrede mee. Het geruzie bleef duren tot 1839 toen in Londen door het ‘Verdrag van Londen’ boven de hoofden van de Limburgers de provinciegrenzen werden vastgelegd. Nederlands Limburg kreeg Maastricht als hoofdstad en Belgisch Limburg ja, wie moest daar de hoofdstad van worden? Tongeren en Sint-Truiden hadden wel heel oude stadsrechten maar lagen ofwel te dicht bij Maastricht dat de Hollandse koning nog als militair bolwerk wilde bewaren of te zuidelijk in de provincie. Hasselt was toen nog een dorp – ze hebben daar pal in het centrum nog altijd een Dorpsstraat – maar werd toch omwille van de centrale ligging de provinciehoofdstad. De Maas werd de natuurlijke scheidingslijn maar vergis je niet. De grens tussen beide Limburgen ligt niet in het midden van de Maas maar loopt over de diepste punten in de breedte van de rivier, de talweg genoemd.
Volkslied
Of de jongere generaties het nog kennen weet ik niet maar de ouderen onder ons hebben het vaak uit volle borst meegezonden “Waar in ’t bronsgroen eikenhout’. De driestrofige tekst en refrein werd geschreven door onderwijzer Gerard Krekelberg uit het Nederlands-Limburgse Vlodrop en op muziek gezet door Henri Tijssen de toenmalige dirigent van het Roermonds Mannenkoor. Het werd geschreven in 1909 ter gelegenheid van de oprichting van de ‘Vereniging ter bevordering van de volkszang in Limburg’. Het is een volledig Nederlands-Limburgs lied dat ook door Belgisch Limburg is overgenomen. Dat bronsgroen eikenhout zou trouwens verwijzen naar de eikenbomen rond het kasteel Borgitter in … Kessenich. Dus toch ook een beetje van ons.
Oorspronkelijk was de titel ‘Limburg, mijn Vaderland’ maar de beginwoorden hebben die officiële titel mettertijd verdrongen.
In 1939, 100 jaar na de ‘scheiding’, schreef een zekere Snackers een vierde strofe waarin de trouw aan het huis van Oranje wordt bezongen. Dat wordt bij ons dus niet gezongen maar ook in heel wat Nederlandse officiële uitvoeringen hoor je het niet terug.
In 1954 kwam Harry Bordon uit Venlo met een nieuw volkslied in het dialect. Het kende een zeker succes en we kennen het als ‘Wie sjoeën ós Limburg is’ maar het heeft het eerste volkslied niet kunnen verdringen.
En nog dit: het protocol voor officiële plechtigheden (bijvoorbeeld het Te Deum van koningsdag) schrijft voor dat op het einde van de plechtigheid telkens de eerste strofe en refrein van volgende liederen worden gespeeld (en/of gezongen): 1 Het Limburgs volkslied, 2 De Vlaamse leeuw en 3 Het Belgisch volkslied.
Het ziet er niet naar uit dat Limburgdag een betaalde vakantiedag zal worden.
Ingezonden door EH.Rik Palmans
