Je kan op verschillende manieren Lourdes beleven: van ééndagstoerist die het allemaal eens van op afstand komt bekijken of toch een graantje geestelijke verrijking meepikt tot de bedevaarder die zich helemaal laat onderdompelen in de godsdienstige gebeurtenissen die gepland zijn door het heiligdom en/of de inrichters van de bedevaart.
Ons bisdom
Onze Limburgse diocesane bedevaart (LDB) was er voor de eerste keer bij sinds corona. Zo’n 420 mensen schreven zich in waarvan er in laatste instantie toch een aantal mensen zich afmeldden wegens ziekte, familiale omstandigheden, …. Meer dan honderd mensen waren zieken of maakten permanent gebruik van een rolstoel. Vele helpende handen nodig dus en die waren er op het nippertje want vele rolstoelers brachten hun begeleider mee. Voor anderen stonden brancardiers, jongeren en andere vrijwilligers ter beschikking. Want dat is één van de wonderen van Lourdes: er zijn veel, heel veel helpende handen. Iedereen helpt iedereen. Dat ontlokt de volgende opmerking: “Hier ben ik gerust. Er zijn altijd helpende handen”.
Voor mezelf was het vijfentwintig jaar geleden dat ik er nog was. Het was een heel blij weerzien met het zalige gevoelen van weer thuis te komen.
Opvallende dingen
Iemand die vertelde dat hij naar Lourdes ging kreeg te horen: “Ga jij tijdens je vakantie naar Lourdes om een hoop miserie te zien?” Antwoord van de aangesprokene: “Mijn lieve mens, je moest eens weten hoeveel vreugde daar is!”
Een zwaar zieke zegt: “Ik ben toch zo blij dat ik hier ben.” Lange, genietende stilte. Pas veel later komt haar verhaal van pijn aan bod.
Zieken en rolstoelers zitten overal op de eerste rij, zij hebben letterlijk overal voorrang ook op straat waar een rode band is geschilderd alsof voor hen de rode loper is uitgerold. In de kerk lijkt me dat normaal die voorrang. Het is tenslotte toepassing van het evangelie. Een andere mooie illustratie hiervan is het feit dat priesters in rolstoelen in liturgisch gewaad mee aan het altaar komen.
In Lourdes wordt heel veel tijd genomen: tijd om zieken en rolstoelers aan te brengen, tijd voor de liturgische diensten, tijd om terug te rijden. Er wordt tijd genomen voor God, voor elkaar, voor zichzelf. Veel wachten is er ook bij. Daar wordt ook de tijd voor genomen. Een vorm van onthaasten, tot rust komen.
Als we thuis in de kerk zitten durven we maar moeizaam hardop meebidden of –zingen. Hier gebeurt dat ongegeneerd alsof het de normaalste zaak van de wereld is.
Ik vraag aan een brancardier ‘Niet moe?’ en krijg direct antwoord ‘Een brancardier wordt niet moe’.
Mooie muziek
We beleven een prachtige musical die afgesloten wordt met een minutenlange staande ovatie. Dat hoort bij een musical maar deze ging wel over Bernadette van Lourdes. Overweldigend gewoon. Er wordt hier trouwens heel veel en dankbaar geapplaudisseerd telkens weer uiting van tevredenheid en appreciatie.
Op weg naar de grot wordt je plots getrakteerd op een verrassingsconcert door een jongenskoor. Het blijken de bekende ‘Petits chanteurs à la croix de bois’ uit Parijs te zijn. Zij verblijven dezer dagen in Lourdes en zullen elke avond van 20 tot 21 uur een gratis concert geven op de trappen van de Rozenkranskerk. Heerlijke stemmetjes met hemelse solisten en – even tussendoor – een zestienjarige dirigent.
Losweg
Ondanks de drukte – die nog niet zo groot is als voor corona – zijn er in kerken of stations geen mondmaskers maar wel nog sporen van coronamaatregelen met afgesleten pijlen, stickers, vervaagde cirkeltjes op de perrons om destijds afstand te bewaren.
Ondanks het gekrioel van duizenden mensen vind je nergens afval, sporen van platgetreden kauwgom, plastic bekertjes of flesjes. De plaats nodigt blijkbaar uit tot netheid.
Drie van de zes nieuwgebouwde kaarsenkapellen hebben zware brandschade opgelopen door … oververhitting. Zal een hartelijk gesprek worden of geweest zijn met architecten, aannemers, verzekeringen.
Ik dacht: ‘Hier zie je praktisch geen tattoos’ tot ik de communie uitreikte tijdens de internationale viering in de Pius X-basiliek en ineens twee stoere binken voor mij stonden met de armen vol tattoos die de hand uitstaken om het Lichaam van Christus te ontvangen. Hun sneeuwwitte kleding verraadde dat ze in de zorg actief waren.
In de nissen van de immense ondergrondse basiliek Pius X (capaciteit 25.000 mensen) vind je foto’s van Mariabeelden van overal ter wereld ook van de CausaNostraeLaetitiae. De bijhorende Nederlandse tekst moet wel dringend aangepast worden.
En jawel, in de kaarskensprocessie bemerkten we de eerste scootmobiels die meereden om Maria hulde te brengen. Zal zeker navolging krijgen.
En als het God belieft gaan we volgend jaar opnieuw mee met de Limburgse Diocesane Bedevaart: zeer goed georganiseerd, fijne sfeer en heel veel vriendschap. Maar dat zal voor na de kroning zijn.
Ingezonden door EH Rik Palmans
