Zo hoog verheven …

Zo begint het meest gekende en wellicht oudste lied van de groep. Maria is inderdaad behoed voor elk lichamelijk bederf en ten hemel opgenomen bij haar Zoon. Vooraf gevrijwaard van elk geestelijk bederf, onbevlekt ontvangen, – in het lied uitgedrukt in de tweede zin van het refrein ‘Gij stond waar het begon’ – is zij ook gevrijwaard van elke materiële vergankelijkheid. De Kerk vraagt van ons dat wij haar aldus eren en goot daarom haar verheerlijking in een dogma, een geloofspunt, opdat we haar toch maar diep genoeg naar waarde zouden schatten. En om dat nog te versterken maakte ze er ook nog een liturgisch hoogfeest van en werd het zelfs een vrije dag in de burgerlijke wereld.

 

… en altijd tussen ons

De verheerlijking van Maria schept evenwel geen afstand. Maria is niet onbereikbaar ver. Integendeel ze is ons heel nabij gebleven. Als Jezus op het kruis tegen haar zegt ‘Ziedaar uw zoon’ verwijzend naar Johannes, dan staat Johannes daar als de vertegenwoordiger van alle volgelingen van Jezus. Maria wordt de moeder van de Kerk, taak die ze onmiddellijk op zich neemt door samen met de apostelen de komst van de Heilige Geest af te wachten. Maar ook na haar dood blijft Maria onze moeder bij wie we altijd terecht kunnen. Eenvoudig mooi wordt dat uitgedrukt in dat andere lied ‘Maria woont ook in mijn straat in ’t kapelletje op de hoek’.

Daarom hebben de meeste christenen een goede band met Maria ontwikkeld in de loop der eeuwen maar ook nog in deze tijd zoals de kroning duidelijk heeft laten zien. Bij haar kunnen we altijd terecht met onze vragen en twijfels, onze pijn en ons verdriet en, zeker niet te vergeten, met onze dankbaarheid. En, ook niet vergeten, zij staat er ook als voorbeeld in het geloof.

 

Onze toekomst

Het feest van de tenhemelopneming van Maria biedt ons ook perspectief voor onze eigen toekomst. Wat Maria is overkomen is ook voor ons weggelegd. ‘Maria deelt nu reeds op een uitnemende wijze in de triomf van Jezus, in zijn overwinning op de dood, de haat en de angst… Zij is het heerlijke beeld van wat ons te wachten staat ‘ (Missaal voor de weekdagen en heiligenvieringen, Brepols, 1977, p. 1505).

Het feest van 15 augustus richt onze blik en ons hart op de hemel niet om het aardse te vergeten maar om ons  eraan te herinneren waarvoor we hier zijn: voor elkaar hemel op aarde te maken. Want de hemel is niets anders dan het volmaakte verlengstuk van wat we hier op aarde aan goedheid hebben gerealiseerd. Daar zal God ‘alles in allen’ zijn zoals Paulus dat uitdrukt in zijn eerste brief aan de christenen van Korinthe (1Kor 15,28). Maria is de eerste onder de mensen, na Jezus, die van die heerlijkheid mag genieten.

 

Een zalige hoogdag!

 

Rik Palmans