Een virus is niet met het blote oog te zien, zelfs niet met een gewone microscoop.

Om een virus te kunnen zien, heb je een elektronenmicroscoop nodig.

Virus is een Latijns woord en betekent: gif, slijm.

Een virus kan niet op zichzelf leven;

het nestelt zich in een cel van een levend organisme,

maakt die cel kapot en gaat zich dan voortplanten.

Corona is ook een Latijns woord en betekent: krans.

Het coronavirus ziet er mooi uit onder de elektronenmicroscoop.

Maar wat het coronavirus aanricht is lelijk als de dood.

Als een sluipend gif heeft het zich in onze lichamen genesteld

en veel lijden veroorzaakt,

bij jong en oud, arm en rijk, gelovige of ongelovige.

We hadden het nochtans zien aankomen,

vanuit het verre China.

We zagen het, maar bleven blind,

collectief verblind door onze manier van leven.

We zagen niet hoe we door onze manier van leven

het virus tot bij ons brachten en lieten woekeren.

Niemand hield het voor mogelijk,

maar het gebeurde toch.

Het coronavirus had een bondgenoot,

een ander virus dat zich in ieder van ons wil nestelen:

het virus van ‘nooit genoeg’, het virus van ‘ik eerst’.

Een duivels virus.

Wetenschappers zijn koortsachtig op zoek

naar een vaccin tegen het coronavirus.

Zij zullen dat allicht vinden, en dat is goed, heel goed.

Ondertussen zien we ook hoe mensen een ander vaccin herontdekken,

een vaccin tegen het virus ‘nooit genoeg’, het virus van ‘ik eerst’.

We zien dokters en verplegers die het onmogelijke doen

om mensen te verzorgen en te redden.

Mensen die in instellingen

zorg dragen voor de meest kwetsbare mensen.

Zij ontwikkelen het  vaccin van ‘maat houden’,

het vaccin van ‘wat kan ik voor jou doen?’

Een goddelijk vaccin.

Dit vaccin is niet met het blote oog te zien

maar het werkt wel.

Als je dit vaccin toedient aan mensen,

gebeuren er wonderen.

Wat niemand voor mogelijk houdt,

gebeurt dan toch.

Laten we dit vaccin van liefde aan elkaar toedienen,

vandaag en alle dagen van ons leven.